hadewijch

De Strofische gedichten van Hadewijch
De 13e eeuwse mystica en dichteres Hadewijch schreef haar Strofische gedichten rond het jaar 1240. Ze leefde waarschijnlijk in Antwerpen, dat toen tot het Hertogdom Brabant hoorde en was vermoedelijk afkomstig uit een goede familie. Ze schreef in een Brabantse variant van het Middelnederlands. Het was in haar tijd gewoon gedichten of liederen te maken die de melodie leenden van een bestaand lied, de zogenaamde contrafacta. De laatste tijd is men er in geslaagd bij de meeste teksten een melodie te vinden, vaak een Frans troubadourslied. Het ensemble Graindelavoix zingt een aantal van haar gedichten op het album POISSANCE D’AMOURS – Mystiques, moines et ménestrels en Brabant en Brabant au XIIIe s. Hier de uitvoering van ‘Het sal die tijt ons naken sciere’ op de melodie van ‘Dulcis Jesu memoria’ van Bernard van Clairvaux (Oxford Bodleian Library) uit de 12e eeuw.


Het gedicht Men mach den nuwen tijt
Uitvoering van ‘Men mach den nuwen tijt’, op de tekst van ‘Nouvel amour qui si m’agree’ van de troubadour Rogeret de Cambrai (eind 12e/13e eeuw. Door Graindelavoix. Van het genoemde album.

Dit nuwe jaer es ons onstaen
Gezongen door Els van Laethem en Els Janssens

Om Grote Minne In Hoghen Ghedachte
Strofische gedichte 31, op de melodie van’ S’Amours veut que mes chans remaigne’ van de troubadour Blondel de Nesle (circa 1155 – 1202). Uitvoerende niet vermeld, waarschijnlijk Els van Laethem.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *