de niveaus – wat kan ik

        Wat kan ik op dit niveau?

 
De Basisgebruiker of beginnend taalgebruiker –  de niveaus A1 en A2

1. Niveau A1
Bij het luisteren: Ik begrijp vertrouwde woorden en zinnen over mezelf, over mijn familie en de bekende omgeving. Mensen moeten langzaam en duidelijk spreken. En teksten moeten kort zijn.
Bij het lezen: Ik kan bekende namen, veel gebruikte woorden en eenvoudige zinnen begrijpen. In korte, eenvoudige teksten.
Bij het spreken: Ik kan eenvoudige, geleerde uitdrukkingen en korte zinnen gebruiken om de woonomgeving en de mensen te beschrijven die ik ken. Ik spreek in korte losse zinnen met veel pauzes.
Bij het schrijven: Ik kan een korte, eenvoudige ansichtkaart schrijven, bijvoorbeeld vakantiegroeten. Ik kan op formulieren persoonlijke details invullen, bijvoorbeeld  naam, nationaliteit of adres op een inschrijvingsformulier.

2. Niveau A2
Bij het luisteren: Ik begrijp zinnen en de meest frequente woorden over dingen die dichtbij me zijn (bijvoorbeeld informatie over mezelf en mijn familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Ik kan de belangrijkste punten in korte, duidelijke en eenvoudige boodschappen en mededelingen volgen.
Bij het lezen: Ik kan heel korte eenvoudige teksten lezen. En ook eenvoudige korte, persoonlijke brieven begrijpen. En ik  ik voorspelbare informatie vinden in gewone eenvoudige teksten zoals advertenties, folders, menu’s en dienstregelingen.
Bij het spreken: Ik kan met eenvoudige woorden, uitdrukkingen en zinnen familie en andere mensen, opleiding, werk en leefomstandigheden beschrijven.
Bij het schrijven: Ik kan korte, eenvoudige notities en boodschappen opschrijven. En ook een eenvoudige persoonlijke brief schrijven, bijvoorbeeld om iemand te bedanken.

De Onafhankelijke gebruiker – de niveaus B1 en B2

3. Niveau B1
Bij het luisteren
:Ik begrijp de hoofdpunten wanneer men in duidelijk taal spreekt over vertrouwde zaken zoals van mijn werk, school, vrije tijd. Van radio- of tv-programma’s over actuele zaken of persoonlijke interesses of mijn beroep, wanneer mensen niet te snel en duidelijk spreken. Teksten moeten niet al te lang zijn.
Bij het lezen: Ik begrijp teksten met veel gebruikte, alledaagse of bij mijn werk horende taal. En ook de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven. Teksten kunnen langer zijn.
Bij het spreken: Ik kan kan zinnen op een simpele manier met elkaar verbinden. Zo kan ik ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities beschrijven. Ik kan kort redenen en verklaringen geven voor mijn meningen en plannen. Ik kan een verhaal vertellen en boeken of films navertellen en mijn reacties beschrijven.
Bij het schrijven: Mijn woordenschat  is voldoende om een eenvoudige samenhangende tekst te schrijven over vertrouwde onderwerpen. Ik kan persoonlijke brieven schrijven waarin ik mijn ervaringen en indrukken beschrijf.

4. Niveau B2
Bij het luisteren
: Ik kan een langer betoog en complexe redeneringen volgen, wanneer ik het onderwerp een beetje ken. Ik kan de meeste nieuws- en actualiteitenprogramma’s op de tv en films begrijpen.
Bij het lezen: Ik kan artikelen en verslagen lezen over actuele problemen, waarin de schrijver een bepaalde houding of standpunt inneemt. Ik kan eigentijds literair proza begrijpen.
Bij het spreken: Ik kan over een breed scala van onderwerpen die aansluiten bij mijn interesses spreken. Ik kan een standpunt over een actueel onderwerp verklaren en de voordelen en nadelen van iets uiteenzetten. Ik spreek in een regelmatig tempo.
Bij het schrijven: Ik kan een duidelijke tekst schrijven, met details, over een breed scala van onderwerpen die aansluiten bij mijn interesses. Ik kan een opstel of verslag schrijven, informatie doorgeven of redenen aanvoeren ter ondersteuning voor of tegen een specifiek standpunt. Ik kan brieven schrijven over gebeurtenissen en ervaringen.

De Vaardige gebruiker – de niveaus C1 en C2

5. Niveau C1
Bij het luisteren: Ik kan een langer betoog begrijpen, zelfs wanneer dit niet duidelijk gestructureerd is en veel niet expliciet is. Ik kan zonder veel moeite alle soorten tv-programma’s en films begrijpen.
Bij het lezen: Ik begrijp lange en complexe feitelijke en literaire teksten, en kan het gebruik van stijlen daarin waarderen. Ik kan gespecialiseerde artikelen en lange technische instructies begrijpen, zelfs wanneer deze niet op mijn terrein liggen.
Bij het spreken: Ik kan duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen geven over complexe onderwerpen met subthema’s, specifieke standpunten en een passende conclusie.
Bij het schrijven: Ik kan me in duidelijke, gestructureerde tekst uitdrukken en redelijk uitgebreid standpunten uiteenzetten. Ik kan in een brief, een opstel of een verslag schrijven over complexe onderwerpen en voor mij belangrijke punten benadrukken. Ik kan schrijven in een stijl die is aangepast aan de lezer die ik in gedachten heb.

Klik hier voor een eenvoudig overzicht van het ERK.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *