Van wie? - bezitswoorden

bezitswoorden1

Vul de gaten.

Invuloefening

Vul het goede woord in. Druk dan op "Check" om het antwoord te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, als het moeilijk is om het antwoord te vinden. Of op de "?"-knop om een aanwijzing te krijgen. Let op: het kost punten als je hints of aanwijzingen vraagt
Ik heb een fiets. Dat is fiets.

Jij hebt een fiets. Dat is fiets.

U hebt een fiets. Dat is fiets.

Hij heeft een fiets. Dat is fiets.

Zij heeft een fiets. Dat is fiets.


Wij hebben een fiets. Dat is fiets.

Wij hebben een boek. Dat is boek.


Jullie hebben een fiets. Dat is fiets.

Zij hebben een fiets. Dat is fiets.